Inloggen

Mark ter Bals verwelkomde Nanneke van der Heijden tijdens het webinar van de vakgroep Participatie over "Participatie en de Omgevingswet. Waar staan we nu?" Mark, zelfstandig publiek professional en voormalig gemeentemedewerker, trekt samen met Barbara Verbeek de vakgroep Participatie. Nanneke, participatieprofessional met 25 jaar ervaring, heeft gewerkt voor de gemeenten Rhenen, Neder-Betuwe, Best, Venray en Beuningen, waar ze participatiebeleid en -verordeningen ontwikkelde. In dit webinar ging zij in op de praktijk van participatie onder de Omgevingswet 

 
Participatie onder de Omgevingswet: Hoe sta je erin? 

Nanneke begon het webinar met een interactieve vraag aan de deelnemers: hoe ervaren zij participatie onder de Omgevingswet? Via de chat werd al snel duidelijk dat de meningen uiteenlopen. Sommige deelnemers zien participatie als “gedoe” dat projecten juist lastig maakt, terwijl anderen het beschouwen als een kans om plannen en projecten te verbeteren. De reacties laten een gemengd beeld zien: participatie wordt zowel als een uitdaging als een meerwaarde ervaren. Nanneke geeft aan dat deze dualiteit vaak voorkomt in de praktijk en dat het belangrijk is om verwachtingen te managen en de meerwaarde van participatie te benutten. 

Participatie onder de Omgevingswet: Wat is het? 

Participatie onder de Omgevingswet draait erom dat belanghebbenden zoals inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties op tijd bij ontwikkelingen in de leefomgeving, zoals ruimtelijke plannen, omgevingsvisies en vergunningen worden betrokken. Het doel is om al voor de formele inspraak- en zienswijzetrajecten ideeën en meningen op te halen en samen creatief na te denken. Nanneke legt uit dat participatie geen inspraak is, maar een proactieve vorm van samenwerking die bijdraagt aan zorgvuldig bestuur. Belanghebbenden worden breder gedefinieerd dan bij inspraak, waardoor ook mensen zonder direct belang kunnen meedoen. Dit onderscheid leidt soms tot verwarring, omdat de termen vaak door elkaar worden gebruikt. 

Wat heeft het tot nu toe opgeleverd? 

Na anderhalf jaar Omgevingswet reflecteerd Nanneke op de resultaten van participatie. Hoewel de wet hoge verwachtingen opriep, zijn de uitkomsten wisselend: 

  • Uitdagingen: Participatie leidt vaak tot vragen zoals “Wanneer is het goed genoeg?” en “Hoeveel mensen moeten meedoen?” Het veroorzaakt soms vertragingen, procedures bij de Raad van State, boze inwoners en onduidelijkheid over rollen en bevoegdheden. 
  • Negatieve perceptie: Participatie krijgt soms een slechte naam door deze “gedoe-factor”, wat jammer is, omdat het doel juist is om samen de leefomgeving te verbeteren. 
  • Positieve bijdrage: Participatie kan plannen aanscherpen en vertrouwen in de overheid versterken. 

Nanneke benadrukte dat participatie essentieel is voor behoorlijk bestuur, omdat het inwoners betrekt bij besluitvorming en de kwaliteit van de leefomgeving bevordert. Het managen van verwachtingen blijft cruciaal. 

Participatievereisten, -beginselen en -afspraken 

Nanneke bespreekt de formele vereisten en beginselen van participatie onder de Omgevingswet: 

  • Kennisgevingsplicht: Initiatiefnemers moeten belanghebbenden op tijd informeren over het participatieproces, hoe ze kunnen meedoen en wat met de uitkomsten gebeurt. Dit geldt voor omgevingsplannen en projectprocedures. 
  • Motiveringsplicht: Na afloop van participatie moet worden toegelicht wat met de inbreng is gedaan en waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Dit geldt voor omgevingsvisies, -programma’s en -plannen. 
  • Participatieverslag: Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een participatieplichtige BOPA is een verslag van de omgevingsdialoog verplicht. Ontbreekt dit, dan kan de aanvraag buiten behandeling worden gelaten. 
  • BOPA’s: Gemeenten kunnen een lijst opstellen van participatieplichtige BOPA’s, zoals bij grote of gevoelige projecten (bijvoorbeeld windmolens boven 140 meter). Sommige gemeenten, zoals Venray, eisen participatie voor álle BOPA’s. 
     

Een recente uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant benadrukte dat enkel informeren geen participatie is, wat een belangrijk toetsingscriterium vormt. 

Beginselen van behoorlijk participeren 

Nanneke introduceerde beginselen die voortvloeien uit goed bestuur: 

  • Proportioneel: Pas participatie aan op de impact van het project, bijvoorbeeld met een impactscan. 
  • Transparant: Wees open over bedoelingen, voortgang en resultaten, bijvoorbeeld met een intentiematrix. 
  • Inclusief: Zorg dat iedereen kan meedoen, met toegankelijke werkvormen en taal. 
  • Volledig: Betrek de juiste belanghebbenden via een actorenanalyse. 
  • Zorgvuldig: Kies passende werkvormen die aansluiten bij doel en doelgroep. 
  • Correct: Zorg voor accurate verslaglegging. 

Intentiematrix 

Als alternatief voor de participatieladder presenteerde Nanneke haar intentiematrix, met twee assen: 

  • Horizontale as (participatieve waarden): Hoeveel zeggenschap geef je? Van weinig (adviseren/raadplegen) tot veel (meebeslissen, zoals bij referenda). 
  • Verticale as (democratische waarden): Wil je aantallen (stemmen tellen) of perspectieven en verhalen ophalen? 

De matrix helpt projectleiders om de bedoeling van participatie te bepalen en verwachtingen te managen. Een omgevingsdialoog biedt vaak beperkte zeggenschap, wat soms leidt tot teleurstelling bij inwoners. 

Maak werk van je participatie met een plan! 

Nanneke sluit af met het belang van een goed participatieplan: 

  • Inhoud: Beschrijf de participatievraag, wie wordt betrokken, welke werkvormen worden gebruikt, en in welke fasen. Maak de vraag zo concreet mogelijk om inwoners te betrekken bij herkenbare thema’s. 
  • Voordelen: Een plan helpt projectleiders om doelen en middelen te verduidelijken, maakt het proces overdraagbaar, informeert de gemeenteraad, en voorkomt verwachtingenmismanagement. 
  • Tijdsinvestering: Besteed meer tijd aan de voorbereiding van participatie om latere inspraak- en bezwaarprocedures te verminderen. Nanneke pleit ervoor om tijd die nu vaak aan zienswijzen wordt besteed, te verschuiven naar de voorkant van het proces. 

Ze benadrukte dat een participatieplan vooraf afstemmen met de raad en achteraf terugkoppelen helpt om vertrouwen op te bouwen en de controlerende rol van de raad te versterken. Een goede voorbereiding voorkomt dat inwoners achteraf naar de raad stappen met klachten over het proces. 


Dat was een webinar van de vakgroep Participatie. Download de presentatie of kijk het webinar terug.