Mark ter Bals verwelkomde de deelnemers bij deze webinar over participatie en asielopvang. Mark is vakgroeptrekker van de vakgroep participatie hij ging in gesprek met Viva Wessels, programmamanager opvang vluchtelingen bij de gemeente Hilversum. Viva deelde hoe Hilversum ervoor koos om al voor de komst van een concrete asielopvanglocatie het gesprek met de stad te voeren.
Gesprek met de stad als vertrekpunt
Viva schetste dat Hilversum destijds voor een bijzondere route heeft gekozen. In een periode waarin veel speelde zoals de opvang van Oekraïners, de overvolle situatie in Ter Apel en de komst van de Spreidingswet, besloot de gemeente niet alleen te reageren op alle druk, maar eerst een bredere vraag aan de stad voor te leggen: als Hilversum asielopvang gaat organiseren, hoe moet dat dan gebeuren?
Belangrijk uitgangspunt van die stelling was dat de discussie niet ging over of er opvang moest komen. Raad en college hadden al uitgesproken dat Hilversum hierin verantwoordelijkheid wilde nemen. De participatie richtte zich dus op de vraag hoe die opvang op een goede manier in de stad kon “landen”. Volgens Viva maakte dat een groot verschil. De gemeente koos ervoor duidelijk te zijn dat Hilversum zelf wilde bijdragen aan opvang.
Daarmee ontstond ruimte voor een ander gesprek dan wanneer er al een locatie op tafel ligt. In zo’n vroege fase zijn inwoners eerder bereid mee te denken over randvoorwaarden, waarden en uitgangspunten. Tegelijkertijd benoemde Viva ook de beperking daarvan: op het moment dat een echte locatie in beeld komt, verandert de dynamiek bijna altijd.
Uitgangspunten vooraf
In Hilversum zijn vooraf enkele duidelijke uitgangspunten geformuleerd voor de zoektocht naar opvanglocaties. Een belangrijk punt was dat langdurige asielopvang meer duidelijkheid en rust geeft dan tijdelijke noodopvang. Daarom werd niet alleen gekeken naar snelle oplossingen, maar juist naar meer structurele vormen.
Daarnaast was het uitgangspunt dat opvang over meerdere plekken in Hilversum verspreid zou moeten worden. Daarmee wilde de gemeente voorkomen dat de asielopvang te veel op één buurt of wijk zou drukken. Ook werd duidelijk meegegeven dat opvang niet op locaties met een woonbestemming moest komen, zodat het niet zou leiden tot extra druk op de krappe woningmarkt.
Hoe Hilversum de participatie organiseerde
Het participatietraject kreeg de naam “Gesprek met de stad”. Hilversum is opgedeeld in wijken met wijkwethouders en wijkregisseurs, en dat werd ook de basis voor de opzet. Per wijk werden bijeenkomsten georganiseerd waarin inwoners konden meepraten over de vraag wat belangrijk is als er opvang in hun wijk of stad komt.
Daarvoor zijn verschillende instrumenten ingezet:
- 16 bijeenkomsten, verspreid over alle wijken van Hilversum
- 2 online bijeenkomsten
- 2 wijkoverstijgende bijeenkomsten, waarin thema’s uit de wijkgesprekken verder werden verdiept
- vragenlijsten via het “inwonerspanel”
- Een open link voor alle Hilversummers om hun mening te geven
Het inwonerspanel bestond uit ongeveer 2500 inwoners die zich hadden aangemeld om periodiek online vragenlijsten in te vullen over onderwerpen die in Hilversum spelen. Daarmee kon de gemeente niet alleen de stem horen van mensen die naar bijeenkomsten kwamen, maar ook van inwoners die liever schriftelijk reageerden.
Volgens Viva zat de waarde juist in die combinatie. De fysieke gesprekken leverden vaak andere, meer oplossingsgerichte input op dan de vragenlijsten. In bijeenkomsten dachten inwoners eerder in mogelijkheden: hoe kunnen nieuwkomers vanaf dag één meedoen, wat moet er in een buurt geregeld worden, hoe kan ontmoeting ontstaan? In de vragenlijsten kwam juist vaker naar voren dat mensen het onderwerp spannend vonden. Dat verschil liet zien dat de vorm van participatie grotendeels bepaald wat de uitkomst zal zijn.
Kleinschalige gesprekken in plaats van grote zaaldiscussies
Een belangrijk kenmerk van de Hilversumse aanpak was de keuze voor kleine gesprekstafels. Per bijeenkomst konden ongeveer twintig bewoners deelnemen. Zij zaten niet in één grote zaaldiscussie, maar juist in kleinere groepen, met een gespreksleider aan tafel. Daardoor kreeg iedereen de kans om daadwerkelijk iets te zeggen.
Volgens Viva is dat cruciaal geweest. Zodra groepen te groot worden, gaan mensen zich sneller inhouden en enkele deelnemers zetten luid het gesprek naar hun hand.
Ook werd veel aandacht besteed aan de manier waarop gesprekken werden vastgelegd. Niet onzichtbaar op laptops, maar zichtbaar op flip-overs of op een manier waarop deelnemers konden zien: dit is wat er gezegd wordt, dit nemen we mee. Dat helpt met het vertrouwen en voorkomt dat participatie voelt als iets vrijblijvends.
Tegelijkertijd werd ook erkend dat je met dit soort bijeenkomsten nooit een perfecte weergave van de hele stad zal krijgen. Ook in Hilversum bleek dat vooral mensen komen die zich op hun gemak voelen om aan tafel mee te praten. Er is wel actief geprobeerd om een bredere groep te bereiken, onder meer via wijkregisseurs, bestaande netwerken en jongereninitiatieven, maar ook daar gold: sommige groepen blijven lastig te betrekken.
Wat inwoners inbrachten
Uit de gesprekken met de stad kwam een aantal duidelijke lijnen naar voren. Een van de belangrijkste inzichten was dat goede asielopvang meer is dan alleen het faciliteren van 360 plekken. Bewoners spraken niet alleen over bedden of gebouwen, maar juist over de bredere vraag wat nodig is om opvang goed te laten functioneren in een stad en in een buurt.
Daarbij kwamen verschillende thema’s steeds terug:
Communicatie en informatie
Inwoners wezen op het belang van goede communicatie. Er werd gesproken over het risico van misinformatie, het belang van luisteren naar verschillende stemmen en het gevaar van polarisatie. Volgens de deelnemers moet de gemeente niet alleen reageren op de "hardste stemmen”, maar juist blijven luisteren naar een bredere groep van inwoners. Ook werd benadrukt dat het gesprek niet eenmalig moet zijn.
Voorzieningen en druk op de stad
Hilversum heeft veel voorzieningen, maar inwoners vonden het zorgelijk dat extra opvang kan leiden tot meer druk op schaarse voorzieningen. Het ging dan bijvoorbeeld over ontmoetingsplekken, buurthuizen, openbare ruimte. Bewoners gaven mee dat de gemeente oplossingen moet bedenken voor die druk en waar nodig ook moet investeren in een buurt of wijk als daar extra druk ontstaat.
Integratie vanaf dag 1
Een terugkerend thema was dat asielzoekers vanaf dag 1 moeten kunnen meedoen. Dat betekende volgens inwoners: zorgen voor een zinvolle dagbesteding, toegang tot taal, begeleiding, inburgering en mogelijkheden om iets voor de stad of buurt te betekenen. Daarin zat een positieve houding: Hilversummers wilden in veel gevallen best helpen, mits het goed georganiseerd werd en mensen echt onderdeel konden worden van de gemeenschap.
Spreiding van locaties
Bewoners gaven ook duidelijk mee dat opvang niet op één plek geconcentreerd moet worden. Sommige buurten hebben al veel opgaven of zijn sociaal kwetsbaarder. Daarom werd het belangrijk gevonden om juist te kijken naar buurten met voldoende draagkracht en sociale samenhang: de “sterke schouders”.
Veiligheid
Veiligheid was uiteraard een terugkerend onderwerp, maar Viva maakte in het webinar een interessant onderscheid. Volgens haar moet een gemeente voorzichtig zijn om veiligheid zelf te vroeg of te nadrukkelijk als hoofdthema te bespreken. Op het moment dat je een bijeenkomst organiseert met veiligheid als groot label erboven, kan dat ook de suggestie wekken dat er dus blijkbaar iets onveiligs te verwachten is.
Daarom koos Hilversum er in latere aanpakken bewust voor om veiligheid niet als apart hoofdthema op de agenda te zetten, terwijl de inhoudelijke voorbereiding daarop natuurlijk wel aanwezig was. Veiligheidscollega’s zijn er wel, vragen kunnen wel gesteld worden, maar de insteek is breder: luisteren naar emoties, doorvragen op zorgen en kijken welke vraag er eigenlijk onder ligt.
Van gesprek naar beleidsagenda
De uitkomsten van de gesprekken met de stad zijn uiteindelijk vertaald naar de beleidsagenda asielaanpak Hilversum. Daarin kwamen zowel bestuurlijke uitgangspunten als input van inwoners samen.
De beleidsagenda bevatte onder meer randvoorwaarden voor het inrichten van asielopvang, zoals:
- Opvang verspreid over de stad
- Nieuwkomers moeten vanaf dag 1 kunnen meedoen
- Asielzoekers die een status krijgen, moeten in Hilversum kunnen blijven
Dat laatste was volgens Viva een belangrijk en veelzeggend punt. Daarachter zit de gedachte dat als je vanaf het begin investeert in taal, participatie en verbinding met de buurt, mensen ook sneller echt onderdeel worden van de gemeenschap. Dan worden zij niet gezien als tijdelijke passanten, maar als toekomstige inwoners van de stad.
Daarnaast kwam uit het participatietraject een afwegingskader voor locaties voort. Daarin zaten elementen zoals:
- Een opvanglocatie moet open zijn en deel uitmaken van de buurt
- Er moet gekeken worden naar draagkracht en sociale samenhang in de buurt
- Opvang mag niet concurreren met wonen
- Er moet aandacht zijn voor voorzieningen en ontmoeting in de wijk
Wat dit in de praktijk ook ingewikkeld maakt
Tegelijkertijd maakte Viva duidelijk dat beleid en praktijk niet altijd netjes op elkaar aansluiten. De omstandigheden zijn sinds het opstellen van deze kaders veranderd. Waar destijds bijvoorbeeld werd uitgegaan van hoge aantallen statushouders die in gemeenten zouden blijven wonen, is dat beeld inmiddels minder stabiel. Ook de uitvoerbaarheid door het COA veranderde in de tussentijd.
Zo ontstond de vraag hoe kleinschalige locaties in verhouding staan toot wat het COA praktisch en financieel haalbaar vindt. In eerdere fases leek daar ruimte voor, later minder. Dat leidde tot bestuurlijke dilemma’s: wat doe je als je als gemeente zorgvuldig met bewoners randvoorwaarden hebt opgesteld, maar landelijke uitvoeringspartijen daar minder goed in mee kunnen bewegen?
Viva gaf aan dat Hilversum juist daarom het eigen verhaal overeind probeert te houden: deze randvoorwaarden zijn niet zomaar bedacht, maar als resultaat uit een serieus traject met raad, college en inwoners.
Het gesprek met omwonenden bij concrete locaties
In de webinar ging het niet alleen over het eerdere participatietraject, maar ook over de vraag hoe je het gesprek voert zodra er wel een concrete locatie in beeld komt. Daar verschuift de dynamiek van een algemeen gesprek met de stad naar een gesprek met direct omwonenden.
Viva legde uit hoe Hilversum dat probeert aan te pakken. Direct omwonenden krijgen een brief, die bewust door de gemeente zelf wordt bezorgd, zodat zij niet eerst via krant of geruchten horen dat er iets gaat gebeuren. In die brief staat uitleg, informatie over een bewonersbijeenkomst en de mogelijkheid om vragen te stellen, ideeën in te brengen of zorgen te delen.
Ook daar wordt geprobeerd klein en zorgvuldig te werken. Bij voorkeur niet met grote bijeenkomsten waarin negativiteit zich makkelijk verspreidt, maar in kleine groepen van zes tot acht bewoners, met twee gemeentelijke medewerkers erbij. Zo blijft het gesprek beheersbaar en krijgt iedereen de kans om in te brengen aan het gesprek.
Reflectie op participatie
Een terugkerend punt in de webinar was dat participatie waardevol is, maar nooit alle spanning wegneemt. Hilversum heeft geprobeerd vroeg, open en breed in gesprek te gaan. Dat leverde bruikbare inzichten op, beleidsmatige kaders en een sterker inhoudelijk verhaal. Maar ook daar geldt dat het echte spanningsveld vaak pas zichtbaar wordt wanneer een locatie concreet wordt.
Wat andere gemeenten hieruit kunnen meenemen
Uit het gesprek kwamen verschillende lessen naar voren voor andere gemeenten:
- Maak vooraf duidelijk waarover participatie wel en niet gaat. In Hilversum ging het niet over de vraag of er opvang komt, maar over hoe je dat goed organiseert.
- Kies voor kleine, echte gesprekken in plaats van alleen grote informatieavonden.
- Combineer verschillende participatie-instrumenten, omdat bijeenkomsten en vragenlijsten andere dingen kunnen opleveren.
- Wees realistisch over representativiteit: je bereikt niet iedereen, maar je kunt wel bewust proberen een bredere groep aan te haken.
- Vertaal de uitkomsten zichtbaar naar beleid, zodat inwoners kunnen terugzien wat hun inbreng heeft betekend.
- Denk goed na over de manier waarop je gevoelige thema’s als veiligheid bespreekt. Niet ontkennen, maar ook niet onbedoeld centraal zetten op een manier die angst veroorzaakt.
- Blijf onderscheid maken tussen een algemeen gesprek met de stad en het andere gesprek met direct omwonenden zodra een concrete locatie in beeld komt.
Dit was een bijeenkomst van de vakgroep Participatie. Dit webinar, en ook andere webinars van de vakgroep, kan je terugkijken op het platform van de VPNG.