Inloggen

Toosje Hendriksen van de vakgroep procesregie introduceerde Froukje Poelmann bij dit webinar. Froukje is social return-coördinator bij de provincie Gelderland. Froukje was als procesregisseur betrokken bij het ontstaan van het social return-convenant, een samenwerking waarin overheden en andere partijen in Gelderland en Overijssel hun aanpak van social return gelijktrekken. 

Van beleid naar samenwerking 

Froukje legde uit dat social return al lang bestaat, bij de provincie zo'n tien tot twaalf jaar. Het idee ontstond bij aanbestedende overheden. Wanneer een opdracht is gegund, moet de opdrachtnemer een bepaald percentage van de opdrachtwaarde inzetten voor sociaal-maatschappelijk ondernemen. Gemeenten, provincies en andere overheden werkten dat elk op hun eigen manier uit. Daardoor ontstond de wens om het beleid te vereenvoudigen en te uniformeren. 

Volgens Froukje was die wens tweeledig. Eenduidig beleid levert meer sociaal-maatschappelijk rendement op in de regio en maakt het werk eenvoudiger voor opdrachtnemers. Ook voor social return-medewerkers en -adviseurs was het prettig om met meerdere partijen één taal te spreken. 

 

Aan de slag met het MKDH-model 

Toosje introduceerde het MKDH-model, dat staat voor Macht, Kracht, Draagvlak en Haalbaarheid. Met dit model bepaalt een procesregisseur of een idee rijp genoeg is om ermee van start te gaan. Aan de hand van de vier onderdelen keek Froukje terug op het begin van de samenwerking. 

De ideehebbers vormden volgens Froukje een brede groep. VNO-NCW hoorde vanuit het bedrijfsleven verschillende geluiden. Provincies, gemeenten, waterschappen en woningcorporaties wilden een eenduidiger lijn. De social return-coördinatoren en -adviseurs wilden hun kennis bundelen. Ook bestuurlijk werd de vraag gesteld. 

Over de kracht van het idee gaf Froukje aan dat het belang voor zich sprak, omdat bij aanbesteden enorme bedragen omgaan. De urgentie lag in de vraag hoe social return beter kon worden ingebed, onder meer door in de regio samen te werken met gemeenten en onderwijsinstellingen. In het laatste jaar kwam daar een expliciete oproep bij, vooral vanuit VNO-NCW en het mkb, om elkaar beter te vinden. Volgens Froukje kwam dat signaal niet alleen uit rapporten. Ook leerwerkbedrijven en andere partijen die er dagelijks mee werken, lieten het horen. 

Het draagvlak was volgens Froukje zowel bestuurlijk als uitvoerend aanwezig, en ook bij het bedrijfsleven. Wethouders en Gedeputeerde Staten zagen wat social return in hun regio kon opleveren. Iedereen had baat bij de uniformering, het gezamenlijke bouwblokkenmodel en één systeem om resultaten te monitoren en te waarderen. 

Met dat draagvlak was het volgens Froukje relatief makkelijk om partijen aan tafel te krijgen, waarbij de provincie Gelderland het initiatief nam. In het convenant leggen ondertekenaars hun commitment vast. Daar hoort ook de afspraak bij om binnen een jaar het gezamenlijke monitoringssysteem aan te schaffen, wat de haalbaarheid vergrootte. De gesprekken gingen vooral over waar partijen elkaar wel konden vinden. Het hogere doel bleef daarbij steeds vereenvoudigen en meer sociale impact maken. 

Naast de ondertekening van het convenant, het bestuurlijke resultaat, was het afstemmen van de bouwblokken een uitdaging op zich. Froukje vertelde dat er al een blauwdruk lag van ruim tien jaar oud. De waarderingen, bijvoorbeeld voor een werkzoekende vanuit de WW, zijn onderbouwd met wat een kandidaat in een uitkering kost. Het invullen kostte een half tot driekwart jaar. Daarbij gold een 80-20-regel: 80 procent gezamenlijk beleid en 20 procent ruimte voor maatwerk. Volgens Froukje wachtten de partners bewust niet tot alles honderd procent af was. Het model startte in 2019 en werd aangepast in 2023 en begin 2026. Het blijft in ontwikkeling door politiek, wet- en regelgeving en veranderende doelgroepen. 

De zeven leervelden van een procesregisseur 

Toosje liet het model met de zeven leervelden van een procesregisseur zien, met het idee of de wens in het midden. Volgens haar loop je de velden niet op volgorde af. Een procesregisseur "danst" ertussen, afhankelijk van wat er op dat moment nodig is. Ze onderscheidde twee groepen: 

  • Actiegerichte velden: het ontwerpende veld, het uitvoerende veld, het interventieveld en het positionerende veld. Dit zijn acties die de procesregisseur zelf kan ondernemen. 
  • Secundaire velden: het opdrachtgevende veld, het verbindende veld en het interne veld. Deze velden gaan over mensen en zijn vaak het lastigst, omdat mensen zich niet altijd laten sturen. 

Procesregie canvas 

Aan de hand van het procesregie-canvas liep Toosje met Froukje het proces van het social return-convenant langs. Het convenant werd in 2019 gesloten, maar het proces loopt nog altijd door. Bij de start ondertekenden ruim 50 partijen: vooral gemeenten, de provincies Gelderland en Overijssel en één waterschap. Inmiddels zijn het er bijna 150, waaronder ook waterschappen, woningcorporaties en hogescholen. Froukje sprak van een rijdende trein. Partijen die later aansluiten, krijgen steeds meer kennis en informatie mee. Daarnaast is er contact met Groningen, Friesland en Drenthe. Die provincies werken met een eigen waarderingssystematiek, maar trekken steeds meer samen op. 


Positionerende veld 

Froukje vertelde dat gemeenten de provincie steeds vaker uitnodigen om het convenant toe te lichten. Gemeentelijke collega's hebben een caseload en eigen accenten, zoals mensen vanuit de bijstand of vluchtelingen. Daarom neemt zij bij een nieuwe partij vaak een collega mee die dezelfde knelpunten al heeft meegemaakt. De partners komen elke zes weken bij elkaar. Daaronder werken projectgroepen voor nieuwe leden, de doorontwikkeling van de bouwblokken, het monitoringssysteem en sociale labels. 

Toosje vroeg welke invloed het enthousiasme van het bedrijfsleven heeft op Froukjes positie. Volgens Froukje worden bedrijven door de uniformering ontzorgd, en vragen ze daarom of de aanpak landelijk kan worden. Ook in een manifest van Bouwend Nederland werd de werkwijze positief genoemd. Froukje noemde het een utopie dat iedereen hetzelfde gaat doen, maar zag 80 procent gezamenlijke werkwijze en 20 procent maatwerk als een mooi uitgangspunt. Ze kiest er bewust voor niet te bepalen hoe andere regio's werken, maar deelt wel kennis als daarom wordt gevraagd. 

Interventieveld 

Als interventie die het proces wezenlijk verder bracht, noemde Froukje het platform Impact Oost (impactoost.nl). Volgens haar is het te kort door de bocht om opdrachtnemers alleen een social return-verplichting op te leggen. Het platform toont initiatieven en sociale ondernemers bij wie opdrachtnemers diensten en producten kunnen inkopen. 

Ontwerpende veld 

Volgens Toosje vraagt het ontwerpende veld om een duidelijke visie op het proces en om flexibiliteit. Froukje verwees opnieuw naar de 80-20-regel. Gemeenten verschillen in politieke kleur en karakter. Bovendien hebben de vijftien tot twintig social return-medewerkers elk hun eigen inschatting van wat sociaal-maatschappelijk waardevol is. Ze illustreerde dat met de vraag wat een barbecue bij de tennisclub maatschappelijk oplevert. In het zeswekelijkse overleg houden de partners elkaar daarin scherp. 

Opdrachtgevende veld 

Volgens Froukje bestaat het opdrachtgevende veld uit de provincies, gemeenten, semipublieke overheden en de opdrachtnemers uit het bedrijfsleven. Zij deelden hetzelfde doel, maar met verschillende accenten, belangen en bestuurlijke contexten. 

Verbindende veld 

Het verbindende veld is volgens Froukje alleen maar gegroeid. Naast provincies, gemeenten en bedrijfsleven sloten onderwijsinstellingen, werkleerbedrijven, sociale werkvoorzieningen en werkgeversorganisaties aan. Froukje sluit vier keer per jaar aan bij het platform voor sociale werkvoorzieningen. Daar haalt ze informatie op en kan ze opdrachtnemers doorverbinden, bijvoorbeeld naar werkleerlijnen. De partijen verhouden zich volgens haar gelijkwaardig tot elkaar. Voor nieuwe kennis worden ook sociale labels uitgenodigd, zoals social firms, de Code Social Enterprise en de PSO. 

Interne veld 

Froukje benadrukte dat het interne veld veel vraagt. Social return moet een plek krijgen in het inkoopbeleid. Juridisch moet duidelijk zijn wat er gebeurt als een opdrachtnemer de opgave niet haalt. Management, bestuur en wethouders of Gedeputeerde Staten moeten mee, en er moet formatie zijn voor een social return-adviseur of -coördinator. Volgens Froukje vindt een interne opdrachtgever social return soms spannender dan de opdrachtnemer. 

Froukje gaf aan dat het in sommige regio's lang duurt voordat de uitvoering van social return goed is georganiseerd. Een interne opdrachtgever die meer met cijfers werkt, overtuigt zij met het dashboard van het monitoringssysteem en met jaarlijkse resultaten. Toosje voegde toe dat een procesregisseur bij weerstand in het interne veld kan terugschakelen naar de actiegerichte velden. Een voorbeeld is een pilot waarbij één medewerker tijdelijk wordt vrijgemaakt. 

Volgens Froukje is haar eigen interne veld nooit volledig op de hoogte, omdat er steeds nieuwe mensen binnenkomen. Ze schrijft stukken, deelt praktijkvoorbeelden, sluit aan bij vergaderingen en neemt nadrukkelijk verantwoordelijkheid: "zet die aap op mijn schouder". Ook houdt ze gedeputeerde Helga Witjes op de hoogte van Impact Oost en het manifest, zodat die het verhaal verder kan promoten. Froukje raadde aan een interne opdrachtgever mee te nemen naar een bijeenkomst van de convenantpartners, zodat die zelf hoort wat social return oplevert. Een social return-medewerker moet volgens haar ook intern als ambassadeur optreden en successen delen. 

Tot slot gaf Toosje aan dat een procesregisseur veel op gevoel doet, maar dat tools kunnen helpen wanneer het vastloopt. 

Dit was een webinar georganiseerd door de vakgroep Procesregie van de VPNG. Leden van de VPNG kunnen dit webinar terugkijken.